Service afspraak NL

Wet- en regelgeving

Richtlijnen voor signalering

Deze richtlijnen zijn bedoeld voor iedereen die hulp verleent bij ongevallen en pechgevallen (uitgezonderd van politie, brandweer en ambulance) en iedereen die betrokken is bij werk in uitvoering. Middels deze richtlijnen wordt het onjuist en/of onnodig gebruik van attentieverlichting teruggedrongen.  

ECE R65
De ECE R65 wetgeving is de Europese regelgeving omtrent optische en akoestische signalering voor voertuigen en trailers. Per 1 maart 2014 is deze regeling geldig voor gele zwaai-, flits- en knipperlichten. Geel zwaai-, flits- of knipperlicht is licht bestaande uit één set gele signaalverlichting. Deze set moet voldoen aan een ECE reglement 65 en is overeenkomstig gecertificeerd. Daarnaast moet de set zodanig gemonteerd zijn dat het lichtsignaal kan worden waargenomen vanaf een afstand van 20 meter rondom het voertuig en 1,5 meter boven het wegdek. Indien bij een ongeval blijkt dat de signalering van uw voertuig niet voldeed aan de eisen kan het zijn dat u juridisch als schuldige wordt gezien, omdat u niet de juiste maatregelen heeft getroffen ter afwending van het gevaar. 

Gele attentieverlichting
Wordt gebruikt om weggebruikers te waarschuwen dat er iets aan de hand is en dat ze extra oplettend moeten zijn. Deze branden dan alternerend, dat wil zeggen paarsgewijs knipperende verlichting op een voertuig dat afwisselend boven of beneden brandt. 


Grillflitsers
Mogen alleen gebruikt worden ter ondersteuning van zwaailicht en deze mogen alleen aanstaan tijdens het rijden op de vluchtstrook of het middendoorrijden. Bij stilstand staan deze altijd uit en mogen nooit op zichzelf gebruikt worden.
  



Bij werk in uitvoering op autosnelwegen
Bij het plaatsen en verwijderen van afzettingen op de rijbaan en de vluchtstrook is het gebruik van zwaailicht op alle voertuigen verplicht. Een werkvoertuig dat een afzetting inrijdt gebruikt kort het zwaailicht. Dit om te voorkomen dat het verkeer achter het voertuig de afzetting tegemoet rijdt. Een werkvoertuig dat een afzetting uitrijdt gebruikt ook kort het zwaailicht. Dit om aan te geven dat het werkvoertuig weer aan het verkeer gaat deelnemen. Een werkvoertuig dat stilstaat op de vluchtstrook gebruikt alternerende verlichting. Alleen bij weersomstandigheden die het zicht ernstig belemmeren mag zwaailicht als extra attentieverlichting worden toegevoegd. Een werkvoertuig dat stilstaat buiten het werkvlak (obstakelvrije zone) gebruikt alternerende verlichting. In de berm is het gebruik van zwaailicht verboden.  

Uitgebreide richtlijnen gele signalering
Regeling optische en geluidssignalen 2009

Top